Huurders van zonnepanelen dreigen vanaf 2027 te betalen voor hun eigen stroom: verlies kan oplopen tot 45 euro per maand

Energievergelijker » Nieuws » Huurders van zonnepanelen dreigen vanaf 2027 te betalen voor hun eigen stroom: verlies kan oplopen tot 45 euro per maand

Wie zonnepanelen huurt, rekende jarenlang op een lagere energierekening zonder grote investering vooraf. Maar vanaf 1 januari 2027 kan die belofte voor een deel van de huurders omslaan in een maandelijkse tegenvaller. Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt teruggeleverde zonnestroom veel minder waard, terwijl de vaste huur van de panelen gewoon doorloopt.

Vooral huishoudens met een langlopend huurcontract lopen risico. Zij betalen maandelijks een vast bedrag voor de installatie, vaak voor tien, vijftien of twintig jaar. Dat maandbedrag werd meestal afgesloten in een periode waarin salderen nog de norm was. Vanaf 2027 verandert de rekensom: niet de totale opwek is dan doorslaggevend, maar hoeveel stroom direct in huis wordt gebruikt.

Lange huurcontracten botsen met nieuwe energieregels

Onder de salderingsregeling konden huishoudens teruggeleverde stroom wegstrepen tegen stroom die zij op een ander moment van het net afnamen. Daardoor was een zonnige kilowattuur financieel bijna net zoveel waard als een kilowattuur die later werd verbruikt.

Na het verdwijnen van salderen ontstaat een groot verschil tussen direct verbruiken en terugleveren. Stroom die meteen in huis wordt gebruikt, bespaart de volledige stroomprijs. Stroom die teruggaat naar het net, levert nog maar een beperkte vergoeding op. Voor woningeigenaren met gekochte panelen betekent dat een langere terugverdientijd. Voor huurders kan het harder aankomen, omdat de maandelijkse huur gewoon blijft staan.

Rekenvoorbeeld: huurpanelen kunnen omslaan in 45 euro verlies per maand

Een nieuw rekenvoorbeeld laat zien hoe snel de rekensom na 2027 kan kantelen. Stel: een huishouden huurt twaalf zonnepanelen van 410 Wp voor 79 euro per maand. De installatie wekt jaarlijks ongeveer 3.850 kWh op. Als het huishouden daarvan 30 procent direct zelf gebruikt, bespaart het bij een stroomprijs van 0,263 euro per kWh ongeveer 304 euro per jaar. De overige 2.695 kWh gaat terug naar het net en levert bij een netto terugleververgoeding van 0,025 euro per kWh nog maar 67 euro per jaar op.

Samen is de zonnestroom dan goed voor ongeveer 371 euro per jaar, terwijl de huur 948 euro per jaar bedraagt. Per saldo legt het huishouden dus 577 euro per jaar toe, oftewel ruim 48 euro per maand. De panelen wekken nog altijd stroom op, maar de vaste huur is hoger dan de financiële opbrengst. Juist daardoor kunnen langlopende huurcontracten kwetsbaar worden zodra salderen verdwijnt.

Vooral laag dagverbruik wordt een probleem

De tegenvaller ontstaat niet doordat zonnepanelen minder goed werken. Het probleem zit in het moment waarop de stroom wordt gebruikt. Een huishouden dat overdag weinig thuis is, levert vaak een groot deel van de zonnestroom terug aan het net. Denk aan bewoners die vijf dagen per week buitenshuis werken en pas aan het einde van de middag thuiskomen, wanneer de meeste zonne-opwek al achter de rug is.

In zo’n situatie draaien apparaten zoals de wasmachine, vaatwasser, oven of laadpaal vooral buiten de zonnige uren. De opgewekte stroom wordt dan overdag goedkoop teruggeleverd, terwijl later op de dag duurdere stroom van het net wordt afgenomen. Zonder salderen wordt dat verschil direct zichtbaar in de portemonnee.

Zelfverbruik wordt belangrijker dan het aantal panelen

Vanaf 2027 wordt de vraag niet langer alleen hoeveel panelen er op het dak liggen, maar vooral hoeveel van de opgewekte stroom direct wordt gebruikt. Een huishouden met minder panelen maar veel dagverbruik kan financieel beter uitkomen dan een huishouden met een groot dak vol panelen dat bijna alles teruglevert.

Praktisch betekent dit dat huurders meer voordeel halen uit apparaten die op zonnige momenten draaien. Denk aan wassen rond het middaguur, een boiler slim verwarmen, de elektrische fiets overdag opladen of de auto laden op momenten dat de panelen veel produceren. Voor huishoudens met een thuisbatterij of slimme aansturing kan dat verschil groter worden, maar ook daar geldt dat de kosten van extra apparatuur moeten worden meegewogen.

Uitzetten is meestal geen oplossing

Wie denkt de schade te beperken door panelen uit te schakelen, komt meestal bedrogen uit. De huur van de installatie loopt namelijk door. Bovendien verdwijnt dan ook de besparing op de stroom die wél direct in huis gebruikt had kunnen worden.

De echte oplossing zit eerder in rekenen dan in uitschakelen. Huurders moeten weten hoeveel zij nog moeten betalen tot het einde van het contract, hoeveel stroom zij direct gebruiken en welke vergoeding zij krijgen voor teruglevering. Pas dan wordt duidelijk of het contract na 2027 nog voordeel oplevert of juist een kostenpost wordt.

Ook kleine ondernemers moeten opnieuw rekenen

Niet alleen huishoudens krijgen hiermee te maken. Ook kleine ondernemers met gehuurde zonnepanelen moeten hun situatie opnieuw bekijken. Voor sommige bedrijven valt de schade mee, omdat zij juist overdag stroom gebruiken. Een bakkerij, kapsalon, tandartspraktijk of kantoor kan een groter deel van de zonnestroom direct benutten.

Maar dat geldt niet voor iedere ondernemer. Een sportkantine, avondwinkel, horecazaak of bedrijf met wisselende openingstijden kan juist veel stroom opwekken op momenten dat het verbruik laag is. Dan wordt teruglevering een groter deel van de opbrengst, en precies dat deel wordt na 2027 minder waard.

Energiecontract wordt belangrijker

Naast het huurcontract gaat ook het energiecontract zwaarder meewegen. De verschillen tussen leveranciers kunnen groter worden door terugleververgoedingen, terugleverkosten en variabele of dynamische tarieven. Voor huishoudens die veel zonnestroom terugleveren, kan een iets hogere terugleververgoeding op jaarbasis merkbaar zijn.

Toch lost een ander energiecontract het probleem niet automatisch op. Bij lage of negatieve stroomprijzen kan terugleveren alsnog weinig opleveren. Het blijft daarom belangrijk om niet alleen naar de stroomprijs te kijken, maar ook naar de voorwaarden voor teruglevering.

Wat huurders nu moeten controleren

Wie zonnepanelen huurt, doet er verstandig aan het contract ruim vóór 2027 opnieuw door te nemen. Belangrijk zijn vooral de resterende looptijd, de maandhuur, de voorwaarden voor afkoop of overname en de vraag of het maandbedrag tussentijds kan veranderen.

Ook het eigen verbruik verdient aandacht. Een jaarafrekening of slimme meterdata kan laten zien hoeveel stroom overdag wordt gebruikt en hoeveel wordt teruggeleverd. Daarmee kunnen huurders beter inschatten of hun panelen na 2027 nog geld besparen of vooral een vaste last worden.

Huren was zorgeloos, maar wordt rekenwerk

Zonnepanelen huren was jarenlang aantrekkelijk omdat huishoudens zonder investering konden profiteren van salderen. Vanaf 2027 verdwijnt precies dat voordeel. Daardoor verandert een simpele belofte lagere energiekosten zonder aanschaf in een rekensom die per huishouden anders uitpakt.

De panelen blijven stroom opwekken, maar de financiële spelregels veranderen. Voor huurders is de belangrijkste les duidelijk. Kijk niet alleen naar het aantal panelen op het dak, maar vooral naar wat elke opgewekte kilowattuur na 2027 nog waard is.