Salderen stopt in 2027: teruggeleverde zonnestroom levert nog maar fracties van een cent op

Energievergelijker » Nieuws » Salderen stopt in 2027: teruggeleverde zonnestroom levert nog maar fracties van een cent op

Huishoudens en kleine ondernemers met zonnepanelen krijgen vanaf 2027 te maken met een forse verandering op hun energierekening. Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Daarmee verdwijnt het voordeel waarbij opgewekte stroom die aan het net wordt geleverd, mag worden weggestreept tegen stroom die op een ander moment wordt afgenomen.

Uit recente tariefdoorrekeningen blijkt dat terugleveren financieel veel minder aantrekkelijk kan worden. In sommige rekenvoorbeelden blijft er na aftrek van terugleverkosten netto nog slechts € 0,0025 per kWh over voor stroom die aan het net wordt teruggeleverd.

Einde saldering verandert de waarde van zonnepanelen

Op dit moment kunnen zonnepaneelbezitters hun teruggeleverde stroom nog salderen met hun verbruik. Daardoor levert een teruggeleverde kWh in veel gevallen vrijwel hetzelfde op als een kWh die wordt afgenomen. Vanaf 2027 verandert dat systeem. Dan telt vooral het verschil tussen de prijs die je betaalt voor stroom en de vergoeding die je krijgt voor teruglevering.

In doorrekeningen met verschillende verbruiksprofielen loopt de extra kostenpost uiteen van ongeveer € 172 tot € 539 per jaar. Hoe groot het effect is, hangt vooral af van de hoeveelheid stroom die wordt teruggeleverd en het deel van de zonnestroom dat direct zelf wordt gebruikt.

Netto vergoeding kan dalen tot bijna nul

In een voorbeeldberekening wordt uitgegaan van een stroomprijs van € 0,263 per kWh, inclusief belastingen. Daartegenover staat een terugleververgoeding van € 0,0525 per kWh. Tegelijkertijd rekent de leverancier € 0,0500 per kWh aan terugleverkosten.

Per saldo blijft dan nog maar € 0,0025 per kWh over. Op papier is er dus nog een vergoeding, maar in de praktijk is die verwaarloosbaar. Voor huishoudens en mkb’ers die veel stroom terugleveren, betekent dit dat de financiële opbrengst van overtollige zonnestroom sterk afneemt.

Het verschil met stroom die je zelf gebruikt, is groot. Een kWh die direct in huis of bedrijf wordt verbruikt, voorkomt dat je stroom moet inkopen voor € 0,263 per kWh. Een kWh die wordt teruggeleverd, levert in dit rekenvoorbeeld netto slechts € 0,0025 op. Direct zelf gebruiken is daarmee ruim 105 keer meer waard dan terugleveren.

Vooral zonnige middagen worden minder waardevol

De impact is het grootst op momenten waarop zonnepanelen veel produceren, maar het verbruik laag is. Denk aan zonnige middagen waarop bewoners niet thuis zijn of een bedrijf weinig stroom nodig heeft. Waar die opgewekte stroom nu nog kan worden gesaldeerd, levert dezelfde teruggeleverde kWh in 2027 mogelijk nog maar een fractie van een cent op.

Daarmee verschuift de waarde van zonnepanelen. Niet terugleveren, maar direct zelf gebruiken wordt steeds belangrijker. Wie apparaten, laadpalen, warmtepompen feof bedrijfsprocessen kan laten draaien op momenten dat de zon schijnt, haalt meer rendement uit de eigen opwek.

Rekenvoorbeeld: vaak van huis overdag

Een huishouden dat overdag weinig thuis is, voelt het verdwijnen van salderen relatief hard. Stel dat de zonnepanelen op jaarbasis 3.200 kWh opwekken en dat slechts 28 procent daarvan direct in huis wordt gebruikt.

Dan wordt 896 kWh meteen verbruikt. Die stroom hoeft niet te worden ingekocht en vertegenwoordigt bij een stroomprijs van € 0,263 per kWh een waarde van:

896 x € 0,263 = € 235,65 per jaar

De overige 2.304 kWh wordt teruggeleverd aan het net. Bij een netto terugleververgoeding van € 0,0025 per kWh levert dat op:

2.304 x € 0,0025 = € 5,76 per jaar

De totale waarde van de zonnepanelen komt in dit profiel uit op ongeveer € 241,41 per jaar. Als dezelfde 3.200 kWh volledig tegen het afnametarief zou meetellen, vertegenwoordigt die stroom € 841,60. Het verschil loopt daarmee op tot ruim € 600 per jaar.

Thuiswerken beperkt de schade

Bij een huishouden dat vaker thuis is, valt de rekensom anders uit. Neem opnieuw een installatie die jaarlijks 3.200 kWh opwekt, maar waarbij 46 procent direct wordt gebruikt. Dat komt neer op 1.472 kWh eigen verbruik.

De waarde van die direct gebruikte stroom bedraagt:

1.472 x € 0,263 = € 387,14 per jaar

De resterende 1.728 kWh wordt teruggeleverd. Netto levert dat nog op:

1.728 x € 0,0025 = € 4,32 per jaar

De totale waarde komt daarmee uit op € 391,46 per jaar. Dat is ongeveer € 150 meer dan bij het huishouden dat overdag weinig stroom verbruikt, terwijl de jaarlijkse opwek in beide voorbeelden gelijk is.

Daarmee wordt duidelijk dat vanaf 2027 niet alleen het aantal zonnepanelen telt, maar vooral het moment waarop de opgewekte stroom wordt gebruikt.

Elektrische auto kan verschil maken van bijna € 288 per jaar

Ook bij huishoudens met een elektrische auto wordt timing belangrijker. Wie de auto vooral ’s avonds oplaadt, gebruikt minder zonnestroom direct. Wie overdag of in het weekend laadt, kan de waarde van de zonnepanelen flink verhogen.

Stel dat een huishouden jaarlijks 4.800 kWh opwekt. Zonder slim laden wordt 32 procent direct gebruikt. Dat is:

4.800 x 32% = 1.536 kWh

De waarde daarvan is:

1.536 x € 0,263 = € 403,97 per jaar

De resterende 3.264 kWh teruglevering levert netto op:

3.264 x € 0,0025 = € 8,16 per jaar

De totale waarde komt dan uit op € 412,13 per jaar.

Als dezelfde woning door slim laden het directe eigen verbruik verhoogt naar 55 procent, wordt 2.640 kWh direct gebruikt. Dat levert een waarde op van:

2.640 x € 0,263 = € 694,32 per jaar

De resterende 2.160 kWh teruglevering levert netto nog op:

2.160 x € 0,0025 = € 5,40 per jaar

De totale waarde stijgt dan naar € 699,72 per jaar. Het verschil tussen niet slim laden en wel slim laden bedraagt in dit voorbeeld:

€ 699,72 – € 412,13 = € 287,59 per jaar

De elektrische auto wordt daarmee niet alleen een extra stroomverbruiker, maar ook een manier om meer waarde uit eigen zonnestroom te halen.

Teruglevering levert op zonnige dagen bijna niets op

De lage netto terugleververgoeding wordt vooral zichtbaar op zonnige dagen. Wie op een zonnige middag 20 kWh teruglevert aan het net, ontvangt in dit rekenvoorbeeld netto:

20 x € 0,0025 = € 0,05

Bij 10 kWh teruglevering gaat het om slechts € 0,025. Bij 25 kWh teruglevering is dat € 0,0625. Dat laat zien hoe klein de financiële waarde van teruglevering kan worden zodra salderen verdwijnt en terugleverkosten worden meegerekend.

Een kWh die direct wordt gebruikt, voorkomt daarentegen een inkoop van € 0,263. Twintig kWh direct gebruiken in plaats van inkopen vertegenwoordigt dus € 5,26 aan waarde. Diezelfde twintig kWh terugleveren levert in dit rekenvoorbeeld slechts 5 cent op.

Mkb: stroom tijdens sluitingstijd wordt minder waard

Ook kleine ondernemers krijgen met een andere rekensom te maken. Een kapsalon, praktijkruimte, winkel of kleine werkplaats gebruikt vaak stroom tijdens openingstijden, terwijl zonnepanelen ook produceren op rustige momenten of sluitingsdagen.

Neem een klein bedrijf met een jaarlijkse zonnestroomopwek van 6.500 kWh. Als 52 procent daarvan direct tijdens bedrijfsuren wordt gebruikt, gaat het om:

6.500 x 52% = 3.380 kWh

Die stroom vertegenwoordigt een waarde van:

3.380 x € 0,263 = € 888,94 per jaar

De overige 3.120 kWh wordt teruggeleverd. Bij een netto vergoeding van € 0,0025 per kWh levert dat op:

3.120 x € 0,0025 = € 7,80 per jaar

De totale waarde van de zonnepanelen komt daarmee uit op € 896,74 per jaar. Als de volledige opwek tegen het afnametarief zou meetellen, zou de waarde € 1.709,50 bedragen. Het verschil is ruim € 812 per jaar.

Voor ondernemers wordt het daarom belangrijker om laadmomenten, koeling, elektrische boilers, machines of andere processen te plannen op momenten dat er eigen zonnestroom beschikbaar is.

Grote verschillen tussen energiecontracten

Ook vóór 2027 zijn de verschillen tussen energieleveranciers al aanzienlijk. Een prijspeiling met peildatum 28 mei 2026 laat zien dat het verschil tussen de goedkoopste en duurste contractoptie voor zonnepaneelbezitters kan oplopen tot € 648 per jaar.

Daarbij is gerekend met een profiel van 2.300 kWh stroomverbruik, 900 m³ gas en 2.000 kWh teruglevering. Het verschil zit niet alleen in de kale stroom- en gasprijs, maar ook in terugleverkosten, vaste kosten en eventuele overstapkortingen.

Bij duurdere contracten worden onder meer stroomprijzen rond € 0,301 per kWh, gasprijzen rond € 1,520 per m³ en terugleverkosten tot € 0,170 per kWh genoemd. Goedkopere voorbeelden laten stroomprijzen rond € 0,251 per kWh en gasprijzen rond € 1,388 per m³ zien, soms gecombineerd met kortingen tot € 400.

Zelf verbruiken wordt de sleutel

Voor zonnepaneelbezitters wordt het richting 2027 belangrijker om kritisch naar het eigen verbruiksprofiel te kijken. Wie meer zonnestroom direct gebruikt, hoeft minder stroom tegen het volledige leveringstarief af te nemen. Daardoor kan de stijging van de energierekening worden beperkt.

De waarde van elke kWh die wordt verschoven van teruglevering naar direct eigen verbruik bedraagt in dit rekenvoorbeeld:

€ 0,263 – € 0,0025 = € 0,2605 per kWh

Wie op jaarbasis 384 kWh extra direct gebruikt in plaats van teruglevert, wint daarmee ongeveer terug:

384 x € 0,2605 = € 100,03 per jaar

Dat komt neer op iets meer dan 1 kWh per dag verschuiven. Voor veel huishoudens kan dat al met apparaten die overdag draaien, een elektrische auto die vaker op zonnige uren wordt geladen of een boiler die slim wordt aangestuurd.

Voor mkb-bedrijven kan het gaan om het slim plannen van koeling, laadmomenten, machines of andere energie-intensieve processen. Ook het type energiecontract wordt belangrijker. Een vast contract biedt meer voorspelbaarheid, terwijl een dynamisch contract interessant kan zijn voor wie het verbruik goed kan sturen. Wel blijft het noodzakelijk om scherp te letten op terugleverkosten en andere voorwaarden rond zonnepanelen.

Zonnepanelen blijven waardevol, maar het oude verdienmodel verdwijnt

Zonnepanelen blijven waardevol, maar het verdienmodel verandert. Vanaf 2027 draait het minder om terugleveren aan het net en veel meer om het slim gebruiken van zelf opgewekte stroom.

Wie overdag weinig stroom gebruikt en veel teruglevert, ziet de opbrengst het hardst teruglopen. Wie apparaten, laadpalen, boilers of bedrijfsprocessen kan laten draaien op zonnige momenten, houdt meer voordeel over. De zonnepanelen blijven dus interessant, maar passief terugleveren wordt vanaf 2027 financieel veel minder aantrekkelijk.